Wandverfraaiing

Kluswijzer 1, Zelf uw wand verfraaien
 

Behang, (structuur)verf, stucwerk, granol, sierpleister, steenstrips
 

Wie wil het interieur van zijn woning niet verfraaien? Een ander verfje of een nieuw behangetje, daar is iedereen op z'n tijd aan toe. Voor veel mensen zijn schilderen en behangen de enige klussen die ze zelf doen. Anderen willen meer, en voorzien bijvoorbeeld een wand in de woonkamer van steenstrips, sierpleister of structuurverf. Belangrijk bij al deze werkzaamheden is een gladde ondergrond. Deze kluswijzer vertelt meer over verfraaiingen in huis; van het aanbrengen van een stuclaag tot het schilderen van binnenmuren en houtwerk. Allereerst treft u de kwaliteitseisen aan die WOONopMAAT stelt met betrekking tot wandverfraaiing. Vervolgens treft u een aantal handige tips.
 

Kwaliteitseisen wandverfraaiing

Voor het aanbrengen van granol, sierpleister, steenstrips of structuurverf op de wanden zijn de volgende kwaliteitseisen opgesteld.
 

Bouwkundige en veiligheidstechnische aspecten

  1. De ondergrond moet glad, strak, vetvrij en droog zijn voordat het materiaal wordt aangebracht. Dit betekent dat alle lijmresten van behang verwijderd moeten zijn en dat eventuele scheuren en/of gaten in de ondergrond gerepareerd zijn met bijvoorbeeld een pleistermortel.
  2. In verband met de hechting moet u de ondergrond voorbehandelen met een voorstrijkmiddel.
  3. Sierpleister, granol, structuurverf en -pasta moeten gelijkmatig worden aangebracht. Uitstekende punten/partijen zijn niet toegestaan.
  4. De steenstrips dienen waterpas en recht te worden aangebracht.
  5. De voegen moeten netjes zijn afgewerkt (geen klodders of uitstekende voegen).
  6. Bij sierpleister, granol en structuurverf en -pasta geldt een maximale korrelgrootte van 2 mm.
     

Onderhoudstechnische aspecten

  1. Het pleisterwerk is altijd kwetsbaar. Het kan gaan scheuren en barsten. U bent zelf verantwoordelijk voor het repareren/herstellen van deze zaken.
  2. WOONopMAAT verricht geen onderhoud of reparatie aan de door u bewerkte muren.
     

Verhuurtechnische aspecten

  1. Gebruik bij voorkeur lichte, neutrale kleuren.
     

Tip

In plaats van granol of sierpleister is er tegenwoordig ook heel mooi structuurbehang te koop. Dit is goedkoper en relatief eenvoudiger aan te brengen (en ook weer te verwijderen).
 

Aanbevolen materialen

Voor sierpleister/granol: Branderputz of spachtelputz.
 

Tips
 

1. Behangen

Behang is nog altijd de meest gangbare wandbekleding. De keuzemogelijkheden van kleur, dessin, patroon en prijsklasse zijn dan ook zo uitgebreid dat iedereen altijd wel iets van zijn of haar persoonlijke smaak kan vinden. Er is normaal behang, duplex behang, rauhfaser, vinylbehang, structuurbehang, textielbehang en metaalfoliebehang. Ook binnen deze categorieën bestaan weer soorten met verschillende eigenschappen, die in pictogrammen op de verpakking staan aangegeven. Bestudeer bij de aanschaf dus nauwkeurig de etiketten en let meteen op dat rollen van hetzelfde behang ook hetzelfde verfbadnummer hebben. Bij de berekening van het aantal benodigde rollen gaat u ervan uit dat een rol behang 10 meter lang en 53 cm breed is (uitgezonderd rauhfaser en textielbehang). Bij een gemiddelde kamerhoogte van 245 cm haalt u dus vier hele banen uit een rol. Van behang waarvan het patroon verspringt, heeft u doorgaans meer rollen nodig.
 

Het benodigde gereedschap

Voor een behangklus zijn de volgende gereedschappen voldoende: trap, plaktafel, emmer, insmeerborstel, behangborstel, rolmaat, potlood, behangschaar, schietlood en nadenroller.
Om oud behang te verwijderen: afweekmiddel, witkwast, plamuurmes, schuurpapier, vulpasta, eventueel een stoomapparaat.
 

De voorbereidingen

Behangen gaat het beste op kale muren. Oude behanglagen verwijdert u met water waarin een afweekmiddel is opgelost (een scheut afwasmiddel werkt ook goed). Smeer dit met een kwast op het behang en laat het inweken. Steek dan het behang met een breed plamuurmes voorzichtig af, om zo min mogelijk de stuclaag te beschadigen. U kunt ook een (gehuurd) stoomapparaat gebruiken. Was de achtergebleven lijmresten af met zeepsop, laat de muur goed drogen en schuur hem licht met schuurpapier. Reinig de muur na met schoon water. Werk oneffenheden bij met een vulmiddel. Knip de banen 10 cm langer dan kamerhoogte. Merk ze achterop met een potloodstreepje, zodat ze straks allemaal in dezelfde richting op de muur komen of, wanneer ze 'stotend' geplakt moeten worden, de ene normaal en de volgende ondersteboven. Houd er bij patroonbehang tijdens het knippen rekening mee hoe de banen op elkaar aansluiten. Maak het plaksel aan volgens voorschrift. Verwijder de afdekplaten van contactdozen en lichtknoppen.
 

Het behang aanbrengen

Teken voor het aanbrengen van de eerste baan een loodlijn op de muur, ongeveer een halve meter uit de hoek, zodat u de baan ernaast een paar centimeter door de hoek heen kunt plakken. Leg een stapel banen op de plaktafel en smeer de eerste baan gelijkmatig in vanuit het midden naar de zijkanten, waarbij het onderliggende behang ervoor zorgt dat de tafel schoon blijft. Sla de baan gedeeltelijk dubbel, trek hem een eind op en smeer het restant in. Sla daarna ook dit deel naar binnen, zodat de lijm 5 tot 10 minuten kan intrekken. Plaats de eerste baan precies tegen de loodlijn en laat bij het plafond een paar centimeter over. Dit randje knipt u later af. Wrijf met een borstel het behang tegen de muur, ook hier vanuit het midden naar de het zijkanten zodat luchtbellen verdwijnen. Trek het onderste gedeelte van de baan voorzichtig los en borstel het vast. Druk vervolgens met de stompe kant van de schaar de boven- en onderkant van het behang strak in de hoek en knip de randen langs de vouwlijn af. De volgende banen doet u op dezelfde manier. Plak stotend, dat wil zeggen de randen niet over, maar tegen elkaar. Ga met de nadenroller over de naden. Plak gewoon over contactdozen heen en snij daarna het behang langs het metalen montageplaatje in. Knip bij zowel inwendige als uitwendige hoeken de banen zo breed af, dat ze niet meer dan enkele centimeters door of over de hoek heen komen. Bij nissen, kozijnen en vensterbanken komen de reststukken goed van pas.
 

 
 

2. Schilderen

Het schilderen van deuren, kozijnen, vensterbanken, radiatoren geeft elk interieur algauw een nieuw, fris aanzien. Daarbij is een laklaag goed voor bescherming van de ondergrond. Mooi, sterk schilderwerk wordt opgebouwd uit een aantal lagen, die tussendoor voldoende moeten drogen. Voor grondverven, voorlakken en aflakken zijn vele soorten verf verkrijgbaar.
 

Het benodigde gereedschap

Het minimaal benodigde gereedschap omvat kwasten of verfrollers, een plamuurmes, schuurpapier en eventueel een verfkrabber.
 

Schilderen van nieuw hout

  • Gronden:
    Zorg dat nieuw hout goed droog is. Herstel gaten en scheurtjes met een vulmiddel (geen plamuur!) dat u voldoende laat uitharden. Schuur het hout met middelfijn en daarna met fijn schuurpapier en maak het stofvrij. Breng een laag grondverf op. Witte grondverf als u uiteindelijk met een lichte kleur afwerkt, grijs bij een donkere afwerkkleur. Schuur na het drogen weer met fijn schuurpapier. Delen van het hout die nog ruw aanvoelen, voorziet u vervolgens van een zo dun mogelijke laag plamuur, die na droging weer fijn geschuurd dient te worden. Soms is een tweede grondverflaag wenselijk. Overigens kunt u grote oppervlakken board of spaanplaat ook in één bewerking gronden en plamuren met kwastplamuur.
  • Voorlakken:
    Voorlakken doet u bij voorkeur met hoogglansverf, verdund met terpentine (verhouding 1:10). Deze laag moet minstens 12 uur drogen en dan fijn geschuurd worden. Dit geldt niet voor high-solid verf; die mag niet verdund worden.
  • Aflakken:
    Lak het hout zo snel mogelijk na de voorbehandeling af met een dunne laag hoogglans- of zijdeglansverf. Grote oppervlakken doet u naar keuze met een kwast of verfroller. Voorkom zakkers door de verf dik op te brengen, daarna horizontaal uit te strijken en tenslotte af te werken in regelmatige, verticale streken die goed in elkaar overvloeien. Houd de banen circa 50 cm breed en schilder het hele vlak zonder pauzes af. Breng zo nodig, na licht schuren, een tweede laag aan.

Schilderen van geverfd hout

Controleer de staat van de oude laag. Zijn slechts hier en daar enige bladders te zien, krab die losse delen dan weg en vul de kale plekken op met plamuur of kneedbaar hout. Schuur hierna het hele te verven oppervlak dof en verwijder vet en stof met water en ammonia. Voor- en aflakken gaat hetzelfde als bij nieuw hout. Oude verflagen in slechte staat kunt u het beste helemaal verwijderen. Hiervoor bestaan drie manieren:

  • Met een afbrander, waarbij u de brede vlam voortdurend over kleine stukjes beweegt en de opgeweekte verf afkrabt.
  • Met een chemisch afbijtmiddel, dat u met een kwast opbrengt en een kwartier tot een halfuur laat inwerken alvorens af te krabben.
  • Met een heteluchtafbrander (de veiligste en milieuvriendelijkste manier).
     

Schilderen van radiatoren

Verwijder loszittende verf en roest met grof schuurpapier of een staalborstel. Ontvet het oppervlak met terpentine of thinner. Bedek kale plekken met menie. Schuur lichtjes zodra de menie droog is. Behandel het hele oppervlak met primer (de grondverf voor metaal). Hierna kunt u voor- en aflakken met hoogglansverf, die bestand is tegen hoge temperaturen.
 

Speciale verftechnieken

Wie wanden schildert met een blokkwast of een verfroller, brengt doorgaans witte latex aan of hooguit muurverf waaraan een mengkleurtje is toegevoegd. Met sponstechnieken zijn echter verrassender resultaten te bereiken, zoals een gevlekt of een verweerd uiterlijk. Ook op hout zijn met speciale, maar eenvoudige verftechnieken bijzondere effecten te bereiken. Vraag naar informatie bij de bouwmarkt.
 

3. Sierpleisteren

Sierpleister zorgt voor een decoratieve wand in iedere gewenste structuur. Het hecht op vrijwel elke vetvrije ondergrond, is sterk, blijft lang schoon en geeft het vertrek een ruime indruk. U kunt onder meer kiezen uit sierpleister met boomschorsstructuur, granol met korrels van 1 of 2 mm en structuurverf voor fijnkorrelige structuren.
 

Het benodigde gereedschap

oor het aanbrengen van sierpleister zijn de volgende gereedschappen voldoende: spaarbord, roestvrijstalen plakspaan, kunststof schuurspaan, blokkwast. Voor structuurverf zijn een blokwitter en een vachtroller voldoende.
 

De voorbereidingen

Zorg voor een vlakke, schone en droge ondergrond. Verwijder oude verflagen, behang- en lijmresten, en repareer scheuren en gaten met een vulmiddel. Breng voor een optimale hechting eerst een voorstrijkmiddel op. Gaat u een mengkleur gebruiken, breng dan alle sierpleister of structuurverf in één keer op kleur. Meng de kleur eventueel ook al door het voorstrijkmiddel. Voordat u het pleister op de muur gaat aanbrengen, is het verstandig om even op een stuk hout te oefenen.
 

Sierpleister aanbrengen

Breng het sierpleister met de plakspaan van beneden naar boven gelijkmatig op de wand, in een laag van circa 2 mm dikte. Strijk het overtollige pleister weg met de spaan onder een hoek van 45 graden. Doe niet meer dan stroken van twee meter breedte tegelijk. De structuur moet binnen twintig minuten worden aangebracht met een schuurspaan. Plaats deze plat op de wand en beweeg hem verticaal, draaiend of op een andere fantasievolle, maar wel zo regelmatig mogelijke manier. Reinig voor het mooiste resultaat het gereedschap regelmatig met water. Schilder bij structuurverf eerst in de hoeken, langs plinten en kozijnen, en verf hierna de grote oppervlakken. Maak de structuur na zo'n tien minuten droogtijd definitief van vorm met een vachtroller.
 

4. Stukadoren

Stukadoorsmortel is in twee soorten verkrijgbaar. Roodband geeft de ideale gladde ondergrond voor behang, sierpleister en structuurverf. Geelband is grover en meer geschikt voor gekorreld schuurwerk en pleisterwerk. Beide zijn bruikbaar op elke steenachtige ondergrond. Ze worden verkocht in zakken van 25 kilo, genoeg voor een oppervlakte van 5 m², in een laag van 5 mm dikte.
 

Het benodigde gereedschap

Om te stukadoren zijn de volgende gereedschappen voldoende: een kuip en een mixer voor op de boormachine (beide te huur), spaarbord van 50 x 50 cm, plakspaan, troffel, rei (liniaal zonder cijfers), schuurbord, hoekschopje, spons, blokkwast, waterpas.
 

De voorbereidingen

Zorg voor een schone, droge, stofvrije ondergrond. Breng op sterk zuigende muren (gasbeton, prositsteen, kalksteen) met een blokkwast een gronderingsmiddel aan. Voorzie muren die juist weinig vocht opnemen (beton, gipsblokken, betonemaille) van een hechtingsmiddel. Controleer bij geverfde muren of de ondergrond niet loslaat; verwijder anders eerst de verflaag. Schilder een donkere ondergrond, die naderhand kan doorschijnen, eerst over met lichte, schrobvaste latex.
Maak de mortel aan volgens de aanwijzingen op de verpakking. Gaat u een hele wand stukadoren, plak dan met een beetje specie een paar latten van 5 cm dikte op de muur zodat u straks goed kunt afreien. Kijk met een waterpas of deze stucgeleiders horizontaal hangen en plak ze zover uit elkaar, dat de rei er drie kan overbruggen.
 

De mortel aanbrengen

Schep wat mortel op het spaarbord. Plaats de plakspaan met de lange kant onder een hoek van 45 graden tegen de muur en smeer de mortel met een opgaande beweging uit. Heeft u een stuk gedaan, beweeg dan de rei erlangs, zigzag van boven naar beneden. Voeg waar nodig met de troffel specie toe en rei grote vlakken nogmaals maar dan diagonaal af. Werk opgebolde mortel bij met de kwast.
 

Hoeken zijn extra te verstevigen. Op een buitenhoek bevestigt u met wat mortel een metalen hoekbeschermer, die u wegwerkt onder het stucwerk. Bij een binnenhoek brengt u de mortel aan tot helemaal in de hoek en maakt die vervolgens strak met het hoekschopje. Snij de hoek daarna met de punt van de plakspaan of de troffel door.
 

Na anderhalf uur is het pleisterwerk stijf genoeg om bijgewerkt te worden. Schuur met een vochtige harde spons alle oneffenheden vlak. Verwijder de eventuele stucgeleiders en vul de groeven op met mortel. Schuur nogmaals als de pleister goed hard is. De wand is nu klaar om af te werken met sierpleister, steenstrips, behang of muurverf.
 

5. Scheuren dichten

Kleine scheurtjes in het stucwerk repareert u met een elastisch vulmiddel. Grotere scheuren kunt u herstellen door ze wat verder open te werken, goed schoon te maken, te bevochtigen en dicht te stoppen met mortel of een vulmiddel. Vaak scheurt een reparatie na verloop van tijd opnieuw, maar dat kan voorkomen worden. Steek aan beide zijden van de scheur zo'n 15 cm stucwerk weg, maak het gat schoon en vul hem eerst met acrylaatkit. Bevochtig de gleuf en breng een dunne laag gipspleister aan. Duw direct hierna een stuk stucband of glasvlies met de plakspaan in de pleisterlaag. Eindig met een tweede laag gipspleister, dik genoeg om de muur weer geheel vlak te maken.

 

6. Steenstrips aanbrengen

Steenstrips suggereren een traditioneel gemetselde wand binnenshuis. Ze kunnen in diverse patronen aangebracht worden. Verkrijgbaar zijn verschillende soorten echte baksteenstrips die, afhankelijk van hun dikte, wel of niet afgevoegd moeten worden.
 

Het benodigde gereedschap

Voor het maken van een steenstripwand zijn de volgende gereedschappen voldoende: waterpas, rolmaat, zaagje, stellatten, metselkoord, lijmspatel. Om te voegen: emmer, voegplankje, voegspijker.
 

De voorbereidingen

Zorg voor een vlakke, schone, droge wand zonder beschadigingen. Monteer aan beide uiteinden van de wand, van de vloer tot het plafond, twee latten waarop u een laagverdeling heeft afgetekend. Hiertussen spant u het metselkoord. Een laag bestaat uit een steenstrip met voeg; pas zo nodig de voegdikte (ongeveer 5 mm) aan zodat u op een aantal hele steenstrips uitkomt.
 

De steenstrips aanbrengen

Bij steenstrips smeert u een 3 mm dikke laag lijm op de steenstrip. Druk de strip met schuivende bewegingen muurvast, precies langs het metselkoord. Breng het koord na elke laag een maatstreep omhoog. Aan het eind van de muur moeten vaak strips verkleind worden. Bakstenen strips zijn eenvoudig met een beitel aan de achterzijde in te krassen en vervolgens te breken. Nadat de lijm ten minste 12 uur heeft gedroogd, kunt u beginnen met afvoegen. Meng hiervoor in de emmer een kant-en-klaar voegsel voor steenstrips of een specie van cement en rivierzand. Neem wat voegsel op het voegplankje en strijk het met de voegspijker stevig tussen de strips. Kies voor een volle, een terugliggende of een uitgeholde voeg. In het laatste geval drukt u een stuk elektriciteitspijp in de natte mortel. Een rustiek uiterlijk ontstaat door over een volle voeg met een stevige borstel te strijken.